Corset in kunst en mode: Horst P. Horst (1939)

In 1939 introduceert modemerk Mainbocher het corset dat breekt met een onscherp silhouet en vooruit loopt op de New Look van Christian Dior. De Duitse fotograaf Horst P. Horst (1906-1999) ensceneert zijn ultieme foto in de studio van het Parijse Vogue. Symbolisch op de grens van oud en nieuw. Horst en Mainbocher verhuizen daarop naar New York.

Wat goed is wordt geleend. Kristian en Marie Schuller combineren surrealistische motieven in hun film The Waist/ La Taille (2010) voor ShowStudio. Verkenning van en ode aan het menselijk lichaam door mode en bewegend beeld. In 1934 loopt Hans Bellmer vooruit op Horst. Toeval dat vier Duitse kunstenaars zich hier in een corset laten passen?

Foto 1: Horst P. Horst, Mainbocher Corset1939

Foto 2: Hans Bellmer, La poupée,1934. Virginia Lust Gallery, New York

Stan Vanderbeek: Science-friction (1959)

Stan Vanderbeek (1927-1984) was pionier van de collagefilm. Schakel tussen Hans Richter of Max Ernst, en Terry Gilliam of Luuk Wilmerink. Beschouwd als surrealist of dadaïst. Vanderbeek ging verder met maatschappijkritiek: The technological explosion of this last half-century, and the implied future are overwhelming, man is running the machines of his own invention… while the machine that is man… runs the risk of running wild. De techniek van Science-friction is stop-motion.

De film wordt frame voor frame opgebouwd. Meer dan 50 jaar later geeft Science-friction een beeld van de vormgeving, humor, fascinaties en angsten van die tijd. Zoals Vanderbeek er zelf over zei: A social satire aimed at the rockets, scientists, and competitive mania of our time.

Foto’s: Stan Vanderbeek, Collage (uit Science-friction), 1959

Andre Kertesz en Willi Baumeister in Meudon (1928)

De Hongaarse fotograaf André Kertész (1894-1985) drukt af. Meudon, 1928. Het lijkt een surrealistisch schilderij van Giorgo de Chirico. Of een film van Luis Buñuel. Een viaduct met een trein die het beeld inrijdt. Stoomwolken zoals het hoort. Passanten. Aflopende straat. Op de voorgrond een man met hoed en een in kranten verpakt object.

Wat zien we? Daar loopt de Duitse schilder Willi Baumeister (1889-1955). Een vriend van Kertész. Volgens degenen die het duizend jaar lang zouden weten een maker van Entartete Kunst. Wat er onder zijn kranten verstopt zit blijft geheim. Een schilderij? Het zou zomaar kunnen. Er gebeurt niets dat regels overtreedt. We weten niet waar te moeten kijken.

Foto 1: André Kertész, Meudon, Paris, 1928

Foto 2: Zoom/ uitsnede van foto 1

D van Droom

D is een deur die opent en sluit. Van een tent of een huis. De vierde letter die buiten het ABC valt. Dromen en het woord bedriegen hangen samen. Dromen kunnen gebeurtenissen voorspellen. Oneiromantie. Dood is als een leven omringd door slaap. Zo wordt het leven tot een droom.

Little Nemo in Slumberland van Winsor McCay is een surrealistische strip (1905-1914) in Jugendstil-vorm over het jongetje Nemo die droomt, monsters en verschrikkingen ontmoet en telkens in het laatste plaatje ontwaakt. In 1908 maken Wallace McCutcheon en Edwin S. Porter een op McCay gebaseerde film The Dream of a Rarebit Fiend. Slecht voedsel wordt als inspiratiebron voor dromen gezien. Dat doet de deur dicht.

Foto 1: Little Nemo Night of the Living Houses, 1909

Foto 2: Dream of a Rarebit Fiend, 1906