Isham Jones and his Orchestra (1933)

1933. Het Isham Jones & His Orchestra speelt. Voor Vitaphone. Een medley van populaire muziek. Dansmuziek zoals dat klinkt in de salons. Strak gespeeld met prachtige arrangementen van Gordon Jenkins die het orkest symfonisch laat klinken. Paul Whiteman is de grote concurrent die George Gershwin in 1924 opdracht geeft tot Rhapsody in Blue. Nieuwe kunstvormen haken bij oude aan om aan prestige te winnen. Ontlening.

Jones

Jazz en swing is de popmuziek van ooit. Met als laatsten Charlie Parker with Strings in 1950 en Dave Brubeck met Take Five in 1959. Toen was het afgelopen met de populariteit bij het grote publiek. Aficionado’s grasduinen door de geschiedenis van de populaire muziek en trekken zich terug in hun eigen reservaat. En vinden pareltjes tussen de muziek die niemand begrijpt. Of uit onwetendheid in de verkeerde hoek zet.

IJ

Isham Jones is nagenoeg vergeten. Terwijl-ie klassieke nummers als I’ll See You in My DreamsI’ll See You in My Dreams en There Is No Greater Love componeerde. Opgenomen in het American Songbook. De cross-overs naar Cuba met Siboney van Ernesto Lecuona en naar Rusland met een prelude van Sergej Rachmaninov benadrukken dat elk materiaal met klasse klinkt. In Toyland Club telt goed spel. Da’s de toverspreuk.

Foto 1: Isham Jones Orchestra, 1933.

Foto 2: Schermafbeelding uit de Vitaphone-film Isham Jones & His Orchestra

The Pied Pipers en Frank Sinatra dromen (1941-51)

De Pied Pipers Chuck Lowry, Louanne Hogan, Clark Yocum en Hal Hopper zingen in 1951 ‘Dream‘. In een Telescriptions van Louis Snader. Met het Ernie Felice Quartet en de hemelse klanken van de celesta. De standard van Johnny Mercer maken de Pied Pipers in 1945 tot een hit.

Dream, when you’re feeling blue
Dream, that’s the thing to do
Just watch the smoke rings rise in the air
You’ll find your share of memories there

So dream when the day is through
Dream, and they might come true
Things never are as bad as they seem
So dream, dream, dream

Louanne Hogan maakt in 1951 deel uit van de groep. Al een jongere generatie na Jo Stafford en June Hutton. Zelfs vandaag bestaat de zoetgevooisde vocale groep nog. Maar de swing van de jaren ’30 en ’40 is het hoogtepunt. Samen met Frank Sinatra en de big band van Tommy Dorsey. In 1941 zingen de Pied Pipers en The Voice ‘Look at me Now’ van pianist Joe Bushkin en John DeVries. Het begin van een vriendschap. Tussen Sinatra en de bobby soxers, en met de Pied Pipers.

I’m not the guy who cared about love 
And I’m not the guy who cared about fortunes and such 
I never cared much 
Oh, look at you now! 

Foto: Van links naar rechts: Tommy Dorsey, Chuck Lowry, Jo Stafford, Frank Sinatra, Clark Yocum en John Huddleston, 1941-42

Harp met Adele Girard en Dorothy Ashby

Adele Girard (1913-1993) speelt op harp de sterren van de hemel. Met bas en gitaar. In een soundie van 3 minuten die Globe Productions produceerde van 1941 tot 1946. ‘Harp Boogie’ is een improvisatie van Girard op een bluesthema. De titel zegt: Adele Girard beating out hot boogie with her harp plus the dancing of Rusha Holden. Het swingt.

Casper Reardon was de eerste harpist in de jazz. Hem bleef het verwijt achtervolgen dat-ie niet wist te swingen. Dorothy Ashby gaat verder en brengt de harp naar de bebop. Een kwartet zonder piano of gitaar geeft haar veel vrijheid op haar album In A Minor Groove uit 1958.

Foto: Portret van Johnny Hodges, Rex Stewart, Adele Girard, Harry Carney, Barney Bigard en Joe Marsala. Turkse Ambassade, Washington DC (1938-1948).

Charlie Barnet: Skyliner (1944)

Bandleider Charlie Barnet (1913-1991) was de Rockefeller van de swing. In 1949 ontbond-ie zijn band. Vanwege zijn geld kon-ie het zich veroorloven geen concessies te doen. Zijn orkest heette ‘The Blackest White Band‘. Vanwege de sound. Maar ook had-ie net als Benny Goodman al vroeg een geïntegreerde band. Zijn basis was New York.

Billy May arrangeerde het door Barnet geschreven Skyliner. De herkenningsmelodie van de American Forces Network in München. De song was baken en beeld van de Amerikaanse piloten. Aan de horizon.

Foto: Charlie Barnet en zijn orkest

Geschwister Schmid en Teddy Stauffer (1941)

S’Margritli und d’Soldate is een Zwitserse film van August Kern uit 1941. Ernstes und Heiteres aus der Grenzbesetzung, ernst en luim van de grensbewaking. Nu wordt de film nauwelijks nog begrepen. Sterren in het Margritli-lied zijn de Geschwister Schmid: Werner, Willy en Klärli. Vanaf de Parijse wereldtentoonstelling van 1936 beroemd met close harmony.

Margritli i lieb di vo Härze mit Schmärze,
I weiss nöd was isch mit mir gscheh.
Was cha mer do mache bi settnige Sache,
oh hät’ i di doch gar nie gseh.

Orkestleider Teddy Stauffer is een ander fenomeen. Leider van het succesvolste en meest Amerikaanse orkest van Duitsland. Zo swingend dat-ie in 1939 terugmoet naar Zwitserland. En in 1941 eigen orkest en land verlaat om het Mexicaanse Acapulco toeristisch te ontwikkelen.

Foto: Geschwister Schmid

Diep in mijn hart en Ernst van ’t Hoff (1944)

Diep in mijn hart’ is een succesvol nummer van accordeonist en tekstschrijver Jaap Valkhoff (1910-1992). In 1944 in Brussel opgenomen voor Rythme door het toporkest van Ernst van ’t Hoff. Waarheen-ie was uitgeweken. En bleef. Met zang van de Tilburger Lammy van den Hout.

Diep in m’n hart
Kan ik nooit boos zijn op jou
Blijf ik je toch altijd trouw
Dat mag je heus wel weten

Diep in m’n hart
Is er slechts één dat ben jij
Jij bent toch alles voor mij
Zal je dat nooit vergeten

Want jij bent heus niet slecht
Wat ook een ander zegt

Wikipedia beweert dat Frank Sinatra de song in Engelse vertaling tot een wereldhit maakte. Maar zijn Deep in my Heart is nergens te vinden en ontbreekt op Sinatra’s lijst van 957 opgenomen songs. Onder deze titel nam het orkest van Syd Lawrence het in 1976 op.

Foto: Ernst van ’t Hoff met orkest (1951) Credits: Wouter van Gool

At Last

Ray Eberle is geen zanger die bijblijft. In Orchestra Wives (1942) met vier great hit tunes. Zangeres Pat Friday nog minder die actrice Lynn Bari dubt en buiten beeld blijft. Wellicht kon de zingende saxofonist Tex Beneke die in Kalamazoo wel bijblijft nog het beste wegblijven. Etta James die erbij wilde blijven was er nooit bij. Complexe song dus.

At last, my love has come along,
My lonely days are over,
And life is like a song, 

Ohhh at last
The stars above are blue
My heart was wrapped up in clover,
The night I looked at you

De sound van het Glenn Miller orkest is perfect. Da’s zwakte en sterkte tegelijk. Het lag altijd beter bij publiek dan bij critici. Op het verwijt commercieel te zijn antwoordde Miller dat-ie geen jazzband had. Daarbij klopt het beeld dat we van Miller krijgen niet, zoals Garry Giddens zegt. In de tijd dat pop en jazz nog door dezelfde deur gingen.

The Mood That I’m In: 1937

Never dared to have your arms around me
Not that I considered it a sin
But tonight I want your arms around me
It’s the mood that I’m in

De elegante en altijd herkenbare pianist Teddy Wilson tempert trompettist Henry Red Allen die over de noten dendert. Halverwege voegt Billie Holiday zich erbij. Alles ontspannen, smaakvol en sober. Een perfecte toptien song van Al Sherman en Abner Silver uit de hoogtijdagen van Tin Pan Alley. De massafabriek van het Great American Songbook.

Vergelijk dat met Valaida Snow in hetzelfde nummer. Die in 1941 zo ongelukkig in een Deens-Duitse gevangenis terechtkwam. Snow entertaint meer dan ze zingt en loopt aan de bal. Haar verstrooiende zang mist de strakke lijn die Wilsons combo met succes aan Lady Day oplegt.

Foto: Billie Holiday met Art Tatum (p), Oscar Pettiford (b), Roy Eldridge (tp), Jack Teagarden (tb), Coleman Hawkins (ts) en Al Casey (g)  vermoedelijk op 18 januari 1944; Esquire Jazz Concert, New York City

NB De editor ondersteunt in de titel geen bijzondere tekens. Vandaar IM ipv I’M. Het kan niet anders.