Angel D’Agostino en Angel Vargas (1943)

Ángel D’Agostino (1900- 1991) was orkestleider en pianist, maar haalde niet de faam van zijn collega’s. Zijn samenwerking met Angel Vargas (1904-1959) van 1932 tot 1947 is echter legendarisch. Vargas is de ultieme orkestzanger. D’Agostino en Vargas doen niet te moeilijk en koersen rechttoe rechtaan op ritme en gevoel. Da’s genoeg en voldoet.

Midden in de gouden tijd van de tango zingt Vargas in een film. Het is 1943. Carlos Gardel is een dode concurrent en Francisco Fiorentino een levende. Met het orkest van D’Agostino beheerst-ie de vloer.

Yo soy del barrio de Tres Esquinas,
viejo baluarte de un arrabal
donde florecen como glicinas
las lindas pibas de delantal.
Donde en la noche tibia y serena
su antiguo aroma vuelca el malvón
y bajo el cielo de luna llena
duermen las chatas del corralón.

Foto: Ángel D’Agostino en zijn orkest, met zanger Angel Vargas, 1940-1950

Echo uit de verte: Ibrahim Ozgur

Soms stoot je je neus aan de grens van het internet maar glip je op het nippertje door de mazen. Neem Ibrahim Özgür en Son Nefes, Laatste Adem. Het Turks en de tijd scheppen te veel afstand. De opening ligt bij een Fransman die eigenlijk Roemeens is, of liever gezegd Roma. Namelijk Gheorghe Pantazi die bekend werd als Georges Boulanger.

Wikipedia zegt dat Özgür (1905-1959) The King of Turkish Tango werd genoemd. Hij maakte vanaf 1938 plaatopnamen. Zijn fluwelen stem was geschikt voor treurige songs. De onbeantwoorde liefde van een Indische prinses die hij tijdens een 7-jarige tournee door het Midden- en Verre Oosten ontmoette, achtervolgde hem. Zou het waar zijn? Beroemd werd-ie met het lied Mavi Kelebek, Blauwe Vlinder. 

Bij Boulanger luiden doodsklokken. Gaat Avant de Mourir dat-ie in 1926 schreef over liefdesverdriet en zelfmoord? In elk geval worden de emoties zwaar aangezet en de tragiek benadrukt. Het verhaal is niet rond, want Boulanger schrijft met Jimmy Kennedy in 1939 Engelse lyrics voor My Prayer. Fit voor de charts. Het wordt in talen zoals het Turks vertaald.

My prayer is to linger with you 
At the end of the day 
In a dream that’s devine 
My prayer is a rapture in blue 
With the world far away 
And your lips close to mine 

Tonight while our hearts are aglow 
Oh tell me the words that I’m longing to know 
My prayer and the answer you give 
May they still be the same 
For as long as we live 
That you’ll always be there 
At the end of my prayer 

The Platters hebben er in 1956 een nummer 1 hit mee. Na begin jaren ’40 de tweede revival. De song ademt nog steeds. De versie van Ibrahim Özgür blijft voor mij de definitieve. Daarin klinkt de blues van de Turkse tango het meest dreigend en dwingend. Via een omweg begrijp ik nu zelfs de tekst. In een klassiek verhaal van ontlenen en aanpassen.

Tragische held: Osmar Maderna

Versleten taalgebruik zegt dat Osmar Maderna (1918-1951) voorgoed woont in het huis van zijn oudjes, La Casita de mis Viejos. Half ontstolen aan de dood schildert-ie tussen radiogolven van een voorbije tijd een toon en roept ultieme nostalgie op. Onbereikbaar ver weg.

Osmar Maderna is geen lost hero. Argentinië vierde onlangs de 90ste geboortedag van deze bandleider en pianist. Als Osvaldo Pugliese de Duke Ellington van de tango was, Miguel Caló Count Basie en Aníbal Troilo Stan Kenton, dan was Osmar Maderna Frédéric Chopin. De toque sutil y casi etéreo, met een subtiel en bijna hemels touché.

Volgens Henry Miller laat een tragische held zien wat hij of zij niet is geworden, maar had kunnen zijn. Het komt niet weer, maar is nooit weg. Een tragische geld krijgt contouren door een tragisch incident. Op 33-jarige leeftijd stort Osmar Maderna door roekeloos gedrag neer met zijn vliegtuig. Zorgeloos de dood tegemoet. Sans Souci zoals het orkest van Miguel Caló speelt. Op weg naar de Sterrenregen, Lluvia de Estrellas.