Cy Coleman at a cocktail party (1959)

Eigenaar van Playboy Hugh Hefner maakte in 1959 als bijproduct van z’n tijdschrift Playboy’s Penthouse. Op de party die echt aanvoelt gaat het relaxed toe. Echte drank wordt geschonken en geserveerd door bunny’s  in het eerste nationale programma op de Amerikaanse televisie waar zwart en wit bij elkaar zitten en als gelijken feesten.

51z-4GyhBfL._SX425_

Pianist en songwriter Cy Coleman (1929- 2004) treedt op in de allereerste aflevering van 24 oktober 1959. Charlie Shavers voegt zich bij Cy en z’n trio in ‘The Best Is Yet to Come’. Een eigen compositie van tekst voorzien door Carolyn Leigh. Muziek verdwijnt achter sophistication. Iedereen heeft overduidelijk een goede tijd in de geïmproviseerde party.

Wait till you’re locked in my embrace
Wait till I draw you near
Wait till you see that sunshine place
Ain’t nothin’ like it here
The best is yet to come and babe, won’t it be fine?
The best is yet to come, come the day you’re mine
Come the day you’re mine
And you’re gonna be mine

Foto: Platenhoes van ‘Playboy’s Penthouse‘ van Cy Coleman and his orchestra. Coleman schreef de titelmuziek voor het programma. 

Advertenties

Johnny Staccato: 1959-1960

Johnny Staccato is John Cassavetes. Maar Johnny Staccato is ook een detective serie van NBC die in het seizoen 1959-1960 uitgezonden werd. Met succes. Johnny Staccato is een jazz-pianist in New York die bijklust als detective. John Cassavetes is de ultieme tough guy die zich kracht aanmeet en finesse suggereert. Het thema is van Elmer Bernstein.

Johnny Staccato is Film Noir. Vleugje avant-garde en beatnik met taaie straatwijsheid aangelengd. In het jaar van Michelangelo Antonioni’s L’Avventura die onder scherpe schaduwen de eenzaamheid verbeeldt. Waar mensen verdwijnen alsof het niks is. Zoals Johnny Staccato blijvend in de nacht van 1960 verdwijnt en blue notes hem begeleiden.

Staccato swingt dankzij het hollen en stilstaan van componist Elmer Bernstein. Onheilspellend toont het mysterie. Niet mis te verstaan ontrolt zich de soundtrack. Dubbelop. Vet en cool van romantiek. Zo stemmig.

beatniks

Foto: Still uit Johnny Staccato met John Cassavetes als pianist.

I am not Gary

De Canadese kunstenaar Stan Douglas maakt de verwarring simpel in zijn short I’m not Gary. Maar schept bij de kijkers verwarring. Een afgerond Monodrama met begin, midden en eind. De zwarte man is niet inwisselbaar. Wat worden ze verwacht te zien? Een verschil met het voor CBS-televisie geproduceerde ‘Survivor: Guatamala‘. Verwarring in het programma is het onderwerp. Het verwijst niet naar de buitenwereld.

Treffender kan het verschil tussen beeldende kunst en beeldcultuur, tussen binnenkant en buitenkant, tussen concentratie en verstrooiing, tussen cinema en televisie niet worden geschetst. Invulling en opvulling.

Foto: Stan Douglas, ‘Monodramas’, 1991: I’m Not Gary | © Stan Douglas

Mina als Queen of Screamers (1959)

Mina Mazzini (1940- ) zingt in de quizshow Il Musichiere van de RAI op 4 april 1959. De Muzikanten wordt geregisseerd door Antonello Falqui en gepresenteerd door Mario Riva. Uitgezonden van 7 december 1957 tot 7 mei 1960. Mina zingt Nessuno. Niemand, zelfs het lot zal de eeuwige liefde verbreken. Wie weet. Tot 1961 schreeuwt de Tigre di Cremona met krachtige stem in rock-‘n-roll-stijl. Daarna past ze zich aan.

Mina’s eerste hit is Tintarella di Luna uit 1960.s Nachts ‘manen’ op het dak om een wit kleurtje te krijgen is anders dan zonnen op het strand.

Tintarella di luna,
tintarella color latte
tutta notte sopra il tetto
sopra al tetto come i gatti
e se c’e’ la luna piena
tu diventi candida.
E se c’e’ la luna piena
tu diventi candida.
E se c’e’ la luna piena
tu diventi candida, candida, candida!

Foto 1: Mina en oprichter van de Happy Boys Nino Donzelli (1958)

Foto 2: Mina, hoes van Tintarella Di Luna (1959-1960)

Trololo met Eduard Khil (1968-1976)

Eduard Khil zingt zijn internationale hit Trololo van Arkady Ostrovsky. Een bewerking van de cowboysong ‘I Am Glad, Cause I’m Finally Returning Back Home‘ dat de Soviets te vulgair vondenCult verdient een aparte website. De Soviet-Unie zoekt een antwoord op de jongerencultuur en komt met teksten die niet over liefde gaan. Eerder zingt Muslim Magomayev het in Goluboy ogonyok, Blauw Lichtje. 

Ahhhhhhhhh

Ya ya yaaaah
Ya ya yaaah
Yaaah ya yah

Ohohohohoooo
Oh ya yaaah
Ya ya yaaah
Yaaah ya yah

Ye-ye-ye-ye-yeh
Ye-ye-yeh
Ye-ye-yeh
Ohohohohoh

Ye-ye-ye-ye-yeh
Ye-ye-yeh
Ye-ye-yeh
Ohohohohooooooooooo
Aaaaoooooh aaaooo
Hooo haha

Nah nah nah nah
Nuh nuh nuh
Nuh nuh nuh
Nuh nuh nuh
Nuh nuh nah!

Nah nah nah nah nun
Nun-ah nun
Nun-ah nuh
Nah nah nah nah nah!

Nah nah nah nah Naaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah!
Dah dah daaaaaaaaaah…
Da-da-dah….
Daaah..
Da-dah…

Eduard Khil blijft de beste Trololo-ist. Geest- en tijdgenoot van Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel achter dat gietijzeren gordijn:

If Ever I Would Leave You (1960-63)

In 1963 zingt bariton Robert Goulet zijn herkenningsmelodie uit de Broadway-musical Camelot: If Ever I Would Leave You. Geschreven door tekstdichter Alan Jay Lerner en componist Frederick Loewe. In de TV-show Judy Garland and Her Guests Phil Silvers and Robert GouletHet sprookje van Camelot wordt geassocieerd met de Kennedy-regering.

If ever I would leave you
It wouldn’t be in summer;
Seeing you in summer, I never would go.
Your hair streaked with sunlight . . .
Your lips red as flame . . .
Your face with a luster
That puts gold to shame.

But if I’d ever leave you,
How could it be in autumn.
How I’d leave in autumn, I never would know.
I’ve seen how you sparkle
When fall nips the air.
I know you in autumn
And I must be there.

Robert Goulet (1933-2007) als Lancelot vergelijkt vier seizoenen. Nooit kan-ie Guinevere verlaten. Tenorsaxofonist Sonny Rollins (1930) speelt op 23 maart 1962 in Jazz Casual van Ralph J. Gleason in de KQED Studios te San Francisco. Met Jim Hall (g), Bob Cranshaw (b) en Ben Riley (dr) improviseert deze colossus alsof-ie ons nooit verlaat.

Foto: Robert Goulet, Julie Andrews, Richard Burton en Roddy McDowall tijdens de repetitie van de musical Camelot (1960).

Patty Pravo meets Donyale Luna (1969)

1969. Op televisie dringt een andere stijl door. Een maatschappij knipoogt en laat de jongerencultuur binnen. Italiaanse popzangeres Patty Pravo (1948) zingt in ‘Stasera Patty Pravo‘, Vanavond Patty Pravo, regie Antonello Falqui. Een heerlijk avondje Rai. Michelle van The Beatles:

Michelle, my belle.
These are words that go together well,
My Michelle.

Michelle, my belle.
Sont des mots qui vont très bien ensemble,
Très bien ensemble.

I love you, I love you, I love you.
That’s all I want to say.
Until I find a way
I will say the only words I know that
You’ll understand. 

Donyale Luna (1945-1979) is de Naomi Campbell van The Sixties. De eerste Afro-Amerikaanse covergirl van Vogue, de Britse versie van maart 1966. Met een hand voor neus en lippen laat fotograaf David Bailey in het midden of het model zwart is. Het gaat om het oog. In Stasera Patty Pravo speelt Donyale haar rol uit Qui êtes-vous, Polly Maggoo? (1966) van William Klein. Een mannequin mag zich nu eenmaal veel verkleden.

Foto 1: Donale Luna op de cover van de Britse Vogue, maart 1966. Credits: David Bailey

Foto 2: Donyale Luna gekleed door Paco Rabane, New York, december 1966. Credits: David Avedon

John Cage: Water Walk (1960)

Gary Moore ontvangt John Cage (1912-1992) in de spelshow I’ve Got a Secret. De componist  presenteert zijn werk Water Walk dat-ie in 1959 al in de Italiaanse quiz-show Lascia O Raddoppia? (Dubbel of Niets) uitvoerde. Daar wint Cage als expert in paddestoelen 5 miljoen lire.

Cage gebruikt 34 materialen die iets met water te maken hebben. Zoals een badkuip, speelgoedvissen, een snelkookpan waaruit stoom ontsnapt, ijsblokjes en een elektrische mixer om ze te pletten en een rubber eend. John Cage blijft zichzelf en toont een prima gevoel voor humor. Hij prefereert lachen boven tranen. Zijn ernst werkt aanstekelijk en ontwapenend. Cage is de perfecte promotor voor experimentele muziek.

Foto 1: John Cage en gastheer Mike Bongiorno in de TV-show Lascia o Raddoppia, februari 1959

Foto 2: John Cage knijpt in een rubber eend in de TV-show I’ve Got a Secret, 24 februari, 1960

Spycatcher Oreste Pinto

Wie Mata Hari is weten we. Exotische domheid, zoiets. Maar haar rationele tegenvoeter luitenant-kolonel Oreste Pinto is weggezakt uit het collectieve geheugen. Toch noemde generaal Eisenhower hem the greatest living authority on security. Of expert. Bronnen haperen. Waar is de herinnering aan Pinto gebleven? Deze maand is-ie 50 jaar dood.

Begin jaren ’50 schreef Pinto Spycatcher en Friend or Foe over zijn leven als contra-spion. YouTube laat het afweten op zoek naar fragmenten met Bernard Archard in BBC’s Spycatcher (1959-1961) of de Nederlandse bewerking De Fuik (1962-63) met de magere Frits Butzelaar.

Mogelijke verklaring is dat Pinto beschuldigd werd van ijdelheid en fraude. Zijn Sherlockiaanse methode van deductie lijkt op die van een andere zo goed als vergeten bekende Nederlander. Namelijk Robert van Gulik met zijn Rechter Tie/Judge Dee-boeken. Succes is in Nederland soms de snelste weg naar onbekendheid. Tenzij men Mata Hari heet.

Foto 1: Boekomslag Oreste Pinto Spycatcher 2, Four Square Books, 1960

Foto 2: Kolonel Oreste Pinto (1889-1961), Nederlandse contraspionage officier

Foto 3. Boekomslag Oreste Pinto Spy Catcher, Berkley G-67, 1957

Patronen van Gil Melle

In de film The Andromeda Strain (1971) gebaseerd op de techno-thriller van Michael Crichton, regie Robert Wise, onderzoekt een groep wetenschappers een dodelijk virus. Ongewis blijft welke positie de film over biologische oorlogsvoering inneemt. Over de electronische muziek score van Gil Mellé bestaat weinig onzekerheid, die past perfect. Vanaf 1969 werkte Mellé aan de West Coast voor de televisie- en filmindustrie.

Van Gil Mellé had ik nog nooit gehoord. Toch heeft-ie voor Blue Note Records in de jaren ’50 hoezen ontworpen en albums opgenomen. Gil Mellé was saxofonist en is als ontwerper vergeten. Terugkijkend op de gouden eeuw van Blue Note gaan de credits terecht naar Reid Miles. Voorlopers Paul Bacon, Gil Mellé en vooral John Hermansader wachten nog op herontdekking. Da’s het loon als anderen op je schouders staan.

YouTube: Générique van The Andromeda Strain van Robert Wise, 1971

Foto 1: Platenhoes door Reid Miles van Blue Note 1517 Patterns in Jazz van Gil Mellé, 1956

Foto 2: Platenhoes door Gil Mellé van Blue Note 5047 Clifford Brown Quartet van Clifford Brown, 1953