Wes Montgomery in Holland (1965)

Wes Montgomery (1923-1968) geeft les. Op 2 april 1965 in een televisiestudio. Aan Pim Jacobs (p), Ruud Jacobs (b) en Han Bennink (dr). Ze spelen voor de VPRO Nica’s Dream (1954) van Horace Silver. Een song geïnspireerd door barones Pannonica de Koenigswarter aan wie Thelonious Monk en Charlie Parker zoveel te danken hadden.

The End of A Love Affair van Edward Redding neemt Billie Holiday in 1958 op voor haar voorlaatste album Lady in Satin. Montgomery speelt het technisch onnavolgbaar en zijn noten volgen helder de woorden.

So I walk a little too fast and I drive a little too fast
And I’m reckless it’s true, but what else can you do at the
end of a love affair?

So I talk a little too much, and I laugh a little too much
And my voice is too loud, when I’m out in a crowd
So that people are apt to stare

Do they know, do they care, that it’s only that I’m lonely
and low as can be?
And the smile on my face isn’t really a smile at all!

Foto: Pim Jacobs en Wes Montgomery repeteren op 2 april 1965

No Problem (1959)

In de trailer van Les liaisons dangereuses (1959) van Roger Vadim klonken Thelonious Monk’ hoekige piano en No Problem van Art Blakey. De soundtrack past bij Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle met Miles Davis en Des femmes disparaissent (1959) van Edouard Molinaro ook met Blakey. Jazz verbeeldde de opstand tegen de orde.

In club Saint-Germain spelen op 11 juli 1959 Bud Powell (p), Clark Terry (fl), Pierre Michelot (b), Barney Wilen (ts) en Kenny Clarke (d) No Problem. Sim Copans leidt in. Het trio van Powell wordt met Wilen en Terry tijdelijk uitgebreid om een brede Jazz Messengers sound te krijgen.

Foto: Bud Powell

K van Kruis

De K is de balans van het alfabet, de elfde letter. Het vindt eenheid in botsende lijnen. Het kruis is een levenssymbool waar van alles aan wordt opgehangen: eeuwigheid, creativiteit, vruchtbaarheid, toekomstig leven en kruisiging als straf. De dubbele as is het kruispunt waar eenheid ter discussie staat. Zware kost. Da’s niets voor kleine mensen.

Kunst kan veel met kruisen. Kasemir Malewitsj benadert het meetkundig. Anderen als Sarkis becommentariëren dat weer, zoals de snelheid van verfkleuren in water toont. In zijn koppige stijl kleurt pianist Thelonious Monk de noten bont in zijn album Criss Cross. Van kruis naar kriskras is een kleine stap. Wanorde wordt met een houten hamer in een patroon geslagen. Of juist eruit. Die kwestie is de kern van het leven.

Foto 1: Suprematisch Kruis (1920-21), Kazimir Malevitsj, olie op doek, Stedelijk Museum Amsterdam

Foto 2: Thelonious Monk in Salle Pleyel, Parijs, Frankrijk, 1954