Carl Perkins in 1959: Blue Suede Shoes

Rockabilly ster Carl Perkins (1932-1998) treedt op 6 juni 1959 op in Town Hall Party van Tex Ritter. Met zijn zelfgeschreven standard Blue Suede Shoes, dat-ie eind 1955 opnam. De eerste million-seller in country, rhythm & blues en pop. Voordat Elvis er in 1956 mee scoort. Perkins speelt sneller dan voorheen door het up-tempo dat Elvis eraan meegaf.

Well, it’s one for the money,
Two for the show,
Three to get ready,
Now go, cat, go.

But don’t you step on my blue suede shoes.
You can do anything but lay off of my Blue suede shoes.

Well, you can knock me down,
Step in my face,
Slander my name
All over the place.

In Town Hall Party speelt Perkins ook zijn eigen Matchbox. Samen met his boys’ van de Perkins Brothers Band met zijn broers Clayton (bas) en Jay (slaggitaar). De eind 1956 opgenomen blues wordt opnieuw een rock klassieker. In 1964 coveren The Beatles het met succes.

Yeah I’m sitting here wondering, will a matchbox hold my clothes
Yeah I’m sitting here wondering, will a matchbox hold my clothes
I got no matches, got a long way to go
Let ‘er go boy, go-go

Carl Perkins is een pionier van de rock en was een begenadigd songwriter. Trouw aan zijn eigen stijl. De nagedachtenis van the King of Rockabilly is nooit vergeten, maar Elvis Presley of Johnny Cash werden nog mythischer. Two for a showThree to make ready, Four for the go!  

Foto 1: The Perkins Brothers Band: (vanaf links) Clayton Perkins, Carl Perkins, W.S. Holland en Jay Perkins

Foto 2: Platenhoes Carl Perkins, Blue Suede Shoes, 1957 voor Sun

Johnny Cash and the Tennessee Two on THP: 1958-1959

In 1960 ontstaat de Tennessee Three. Voor die tijd vormen Marshall Grant en Luther Perkins de Tennessee Two. Een kwestie van optellen. De karakteristieke boom-chicka-boom van Luthers elektrische gitaar legt een bodem onder de muziek van Johnny Cash. Optreden maakt deel uit van de Town Hall Party show op 15 november 1958 in Los Angeles:

I keep a close watch on this heart of mine.
I keep my eyes wide open all the time.
I keep the ends out for the tie that binds.
Because you’re mine, I walk the line.

I find it very, very easy to be true.
I find myself alone when each day is through.
Yes, I’ll admit that I’m a fool for you.
Because you’re mine, I walk the line.

Town Hall Party was een radio en television show met country music die van 1951 tot 1961 werd uitgezonden. Door het tijdsverschil tussen de Oost- en de Westkust werd het programma opgenomen en is veel beeldmateriaal bewaard gebleven. Evenals I Walk The Line is Folsom Prison Blues een eigen nummer van Cash. Het combineert de genres van de train song en de prison song. In eenvoud dendert het door.

Foto: Luther Perkins, Johnny Cash en Marshall Grant (v.l.n.r.), 1955

Tragische held: Eddie Cochran

Eddie Cochran is de pure Elvis. Zonder Colonel Parker, ofwel Dries van Kuijk. In Engeland komt de rockabilly pionier tijdens een tournee met Gene Vincent om het leven. In april 1960. Slechts 21 jaar oud. In de Town Hall Party van Tex Ritter speelt Cochran op 7 februari 1959 met zijn vaste begeleidingsgroep van Dick D’Agostin en de Swingers. Dick ramt op de piano in C’mon Everybody. Huiswerk af en ouders weg, tijd voor feest:

Well c’mon everybody and let’s get together tonight
I got some money in my jeans
And I’m really gonna spend it right
Well, I been doin’ my homework all week long
Now the house is empty and my folks are gone
Ooh, c’mon everybody 

De echo van Eddie’s gitaar klinkt na zijn dood door. Voor velen een eerste kennismaking met zijn nalatenschap. Zoals in 1970 bij The Who in hun Summertime Blues. Net als C’mon Everybody schrijft Eddie Cochran dat nummer met Jerry Capehart. Dick D’Agostin speelt onder de lach van Eddie de autoriteit. De doorbraak van de jeugdcultuur maakt-ie niet mee:

Well my mom and pop told me,
“Son you gotta make some money,
If you want to use the car to go ridin’ next Sunday”
Well I didn’t go to work, told the boss I was sick
“Well you can’t use the car ‘cause you didn’t work a lick”