The Beatles in Holland: 1960-1964

Bij ‘The Beatles in Holland‘ denken velen aan 1964, de tocht door de Amsterdamse grachten. Zonder een zieke Ringo Starr en met Jimmy Nichol. Enthousiasme en massaliteit als voorbeeld voor de huldiging van het gouden voetbalelftal in 1988. Reden waarom de Koningsvaart bij de inhuldiging van koning Willem-Alexander op het IJ plaatsvond. Een vaart met geregisseerde spontaniteit en promotie van belangen. De roerigheid en wetteloosheid van de jaren ’60 wordt zo een terugblik vol heimwee.

evermore

In 1960 maakten The Beatles een tussenstop bij de Oosterbeek War Memorial op weg naar Hamburg. Staat John Lennon achter de camera? Op 4 mei luiden de klokken ter herdenking van de gevallenen van steeds meer conflicten. Als rommeldoos voor steeds meer belanghebbenden. Daarvan hadden The Beatles in 1960 op zoek naar eigen eeuwige roem geen weet. Their Name Liveth For Evermore zegt het oorlogsmonument. 

dbImage.ashx

Foto 1: The Beatles in Arnhem op 16 augustus 1960. Met van links naar rechts: Allan Williams, Allans vrouw Beryl, Lord Woodbine, Stu Sutcliffe, Paul McCartney, George Harrison en Pete Best.

Foto 2: Oosterbeek War Memorial.

Schoenen van de Bata: vroeg globalisme

4439263888_5317e474fe

Wat zien we? Overduidelijk een schoenenwinkel uit voorbije tijden. Huiden van een krokodil, tijger en schildpad sieren de muur. Schoenen staan centraal op de toontafel. Leegte valt op. Schaarste van 1953 in een winkel van de Bata. De omschrijving ziet zelfs een gewij. Is dat gewijd?

5_bata_succursale

Bata is een Tsjechisch produkt met Oostenrijks-Hongaarse wortels. Het introduceerde industriële methoden in een sector die het moest hebben van ambachtelijkheid. In 1930 exporteerde Bata de meeste schoenen ter wereld. De Tweede Wereldoorlog gooit roet in het eten.

4964296097_91d2714b0b

Bata was voorloper van het globalisme. In reactie beschermden overheden hun nationale schoenenindustrie met maatregelen die Bata de pas afsneden. Maar Bata ging verder dan schoenen en verenigde vele bedrijfstakken in zich. In dat vooruitstrevende Tsjecho-Slowakije van het interbellum. Bata blijft de herinnering aan schoenen in onze winkelstraat.

getimage2.php

Foto 1: Bata schoenenwinkel, september 1953 door Ben van Meerendonk. Credits: collectie IISG.

Foto 2: Bata, de gevaarlijke octopus. Credits:  Stichting Tomas Bata Zlin.

Foto 3: Calcutta, India, 1954 door Wim Dussel. Credits: collectie IISG.

Foto 4: De 7streper-Daf in Best. Met de tekst: ‘Bata schoenen zijn beter en kosten minder‘.

Le Petit Bal Perdu: Bourvil

Opperste melancholie van de Franse komische acteur Bourvil. Naïef en droog, niet per se humoristisch. Een kleinood uit 1961 van componist Gaby Verlor en tekstdichter Robert Nyel. Over een hopeloze verliefdheid, vlak na de oorlog. Van een klein bal waarvan de naam vergeten is. Twee geliefden verliezen zich in elkaar. Intens gelukkig. Als de accordeonist ophoudt met spelen, stopt de betovering. De avond valt. Ook over hun leven. Moeten ze terug naar de regelmaat? Is de zanger de man die nog steeds terugverlangt naar 1945? Mogelijk. Meer weemoed bestaat niet. Tegen het huilen aan. Over het voorbijgaan van het leven. Tristesse.

62b6d8f816862b51b8065cd3e0c23896.wix_mp_1024

C’était tout juste après la guerre,
Dans un p’tit bal qu’avait souffert.
Sur une piste de misère,
Y’en avait deux, à découvert.
Parmi les gravats ils dansaient
Dans ce p’tit bal qui s’appelait…
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Ils buvaient dans le même verre,
Toujours sans se quitter des yeux.
Ils faisaient la même prière,
D’être toujours, toujours heureux.
Parmi les gravats ils souriaient 
Dans ce p’tit bal qui s’appelait… 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait…

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant d’insouciance 
Dans leurs gestes émus, 
Alors quelle importance
Le nom du bal perdu ?
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu
Ce dont je me souviens c’est qu’ils étaient heureux 
Les yeux au fond des yeux
Et c’était bien…
Et c’était bien…

Et puis quand l’accordéoniste 
S’est arrêté, ils sont partis. 
Le soir tombait dessus la piste, 
Sur les gravats et sur ma vie. 
Il était redev’nu tout triste 
Ce petit bal qui s’appelait, 
Qui s’appelait… qui s’appelait… qui s’appelait… 

Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est de ces amoureux 
Qui ne regardaient rien autour d’eux. 
Y’avait tant de lumière,
Avec eux dans la rue, 
Alors la belle affaire 
Le nom du bal perdu. 
Non je n’me souviens plus du nom du bal perdu. 
Ce dont je me souviens c’est qu’on était heureux 
Les yeux au fond des yeux.
Et c’était bien… 
Et c’était bien.

Foto: Bourvil met Jayne Mansfield bij een presentatie van Jacques Tati’s ‘Mon Oncle‘, 1958.

Waarheid over de Soyuz Vodnikov

SFA022824105

Foto’s van vroeger. Wat is het meer? Uit de herinnering gewist. Het bijschrift redt: ‘Het Russische tankschip/tanker Sojus Vodnikov wordt door de Spaanse nationalisten ernstig beschadigd en wordt voor reparatie naar Terneuzen gebracht. De luchtkoker is doorboord.’ Het jaartal is 1936.

65675063418_000253_3

De Soviet-tanker ‘Союз Водников СССР’ is van de Soyuz-klasse en in 1932 gebouwd zo leert internet. Maar wat zeggen de beelden dat in 1938 de bemanning van de Soyuz Vodnikov een heldenontvangst krijgt? Vanwege een fascistische aanval. Door wie? Critical Past weet het zeker, Soviet-Unie, 1938 en beschadigd. Zo wordt geschiedschrijving handel.

NicolaeUrsuDelfinul

In 1938 wordt de tanker omgedoopt tot Kreml (‘Kremlin’), in 1941 bij Jalta door de eerste Roemeense onderzeeër Delfinul getorpedeerd en in 1943 door de Duitse U24. In 1983 wordt de Kreml gesloopt in Cartagena. Wat moeten we hiermee? Geschiedenis vaart soms naar links en soms naar rechts. Bijschriften kunnen misleiden. De nagedachtenis is delicaat.

41632611

Foto 1: De Soyuz Vodnikov in Terneuzen, 1936.

Foto 2: De Soyuz Vodnikov arriveert in Rusland, 1938. Critical Past.

Foto 3: Roemeense onderzeeër NMS Delfinul.

Foto 4: Roemeense onderzeeër NMS Delfinul.

Canada helpt Nederland (1945-47)

Canadese troepen rijden op 21 april 1945 door Winschoten. Een paard en wagen is in de colonne verzeild geraakt. Vaart en molens schitteren schilderachtig in de zon. Oorlog lijkt ver weg. Aan de overkant van het water zien inwoners het aan. Op 7 mei 1945 gedragen Utrechters zich zoals we het uit oorlogsfilms kennen. Spontaan zwaaiend met tulpen. De fotograaf laat de blik van de soldaat bij een mooi meisje uitkomen.

Een vervolg komt twee jaar later. De Nederlandse ambassadeur in Canada (1947-1950) Herman van Roijen begroet in juni 1947 Nederlandse immigranten die per schip in Montreal aankomen. Zijn echtgenote staat er in haar zomerjurk bij. Voorgoed bevrijd zwaait iedereen elkaar vrijheid toe.

Foto 1: Winschoten, uitzicht vanaf een dak op een kanaal en een weg die wordt gebruikt door militaire voertuigen, 21 april 1945

Foto 2: Menigte Nederlanders viert de bevrijding van Utrecht door het Canadese leger, 7 mei 1945

Foto 3: De Nederlandse ambassadeur in Canada, J.H. van Roijen begroet samen met zijn echtgenote de Nederlandse immigranten die met de boot in  Montreal aankomen, juni 1947

Esther Bubley: Girls in Arlington (1943)

Fotojournaliste Esther Bubley (1921-1998) werkt in 1942 en 1943 voor de Office of War Information (OWI) van Roy Stryker. Eind 1943 volgt ze hem naar  een project voor de Standard Oil Company (New Jersey). Zomer 1943 is ze in Arlington om het thuisfront te fotograferen. Meisjes in overheidsdienst nemen tijdens de oorlog leeggekomen plekken in. Is het meisje dat in het pension haar haar wast dezelfde die fotografeert?

Vrouwen worden gehuisvest in Arlington Farms, Virginia. Net over de grens van Washington DC. Op weg naar kantoor wachten ze op de bus.

In 1950 kijkt Esther Bubley voor een zelfportret in de spiegel. Haar blik heeft al heel wat vastgelegd, en kijkt nu  naar zichzelf. Wat ziet ze?

Foto 1: Esther Bubley, Arlington, Virginia. Meisje wast het haar op Arlington Farms, een onderkomen voor vrouwen die tijdens de oorlog voor de overheid werken, juni 1943

Foto 2: Esther Bubley, Arlington Cemetery, Arlington, Virginia. Meisje neemt een foto van de ceremonie van het leggen van een krans op het graf van de Onbekende Soldaat, mei 1943

Foto 3: Esther Bubley, Arlington, Virginia. Wachtend op de bus bij Arlington Farms, een onderkomen voor vrouwen die tijdens de oorlog voor de overheid werken, juni 1943

Foto 4: Esther Bubley, Zelfportret, omstreeks 1950

Russell Lee verbeeldt Amerika voor de Amerikanen (1936-1944)

Russell Lee (1903-1986) geeft de Amerikanen een beeld van de Depressie. Lee is ook bekend door de portrettering van etnische groepen. Zoals acht Japans-Amerikaanse vrouwen voor een kapsalon in het concentratiekamp waarin ze geïnterneerd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Of vijf meisjes die iets te lachen hebben. Say Cheese.

Russell Lee werkt voor de Farm Security Administration (FSA) dat tijdens de oorlog overgaat in de Office of War Information (OWI). Onder leiding van Roy Stryker. Het project neemt als onderdeel van de New Deal de armoede van het Amerikaans platteland creatief op de korrel.

Foto 1: Russell Lee, Kamp voor Japans-Amerikanen, noodevacuatie, [Tule Lake Relocation Center, Newell, Calif.], 1942 of 1943; acht vrouwen voor kapsalon

Foto 2: Russel Lee, Kamp voor Japans-Amerikanen, noodevacuatie, [Tule Lake Relocation Center, Newell, Calif.], 1942 of 1943; vijf lachende vrouwen

Foto 3: Beaumont Newhall, Roy Stryker en FSA-fotografen, 1939-1943; v.l.n.r.: John Vachon, Arthur Rothstein en Russell Lee met Roy Stryker (rechts) die foto’s bekijken

Brusselse Droom van Tsjechen (1958)

Brusselse droom wordt realiteit. Expo ’58 is het eerste globale evenement na de Tweede Wereldoorlog. Na jaren heropbouw. Brussel 1958 kenmerkt de transitie naar nieuw. Verandering heet toekomst. Tsjecho-Slowakije met een modernistische traditie pakt de draad op.

Het bekroonde Tsjechische paviljoen en restaurant worden door František Cubr, Josef Hrubý en Zdeněk Pokorný ontworpen. Binnen gooit het Laterna Magica van regisseur Alfréd Radok met architect Josef Svoboda hoge ogen. Ook Miloš Forman werkt mee. De voorstelling is een combinatie van acteren, dans en film. Een Tsjechisch mirakel in 1958.

Foto 1: Het Tsjecho-Slowaakse paviljoen op Expo 1958 te Brussel. Credits: Huebner familie

Foto 2: Laterna Magica in het Tsjecho-Slowaakse paviljoen op Expo ’58 Brussel

Western Desert After Axis Retreat: Bob Landry (1942)

Bob Landry is in de Tweede Wereldoorlog fotograaf voor LIFE. Het blad van Henry Luce en zijn tweede vrouw Clare Brokaw. Ze krijgt het als huwelijksgeschenk. LIFE is het eerste fotojournalistieke Amerikaanse tijdschrift en domineert de markt vanaf 1936 voor meer dan 40 jaar.

Landry volgt de oorlog voor LIFE met 40 collega’s. Een wereldoorlog kent vele theaters vanwaar iets te melden valt voor het thuisfront. Zoals de serie over de terugtocht van de Duitse en Italiaanse troepen uit Noord-Afrika toont. Vos Erwin Rommel is verslagen. In de bioscoop draait Love Thy Neighbor (1940) met komiek Jack Benny en zangeres Mary Martin. Hollywood bevestigt de culturele hegemonie van de Angelsaksen. In de verte trekt een piramide aandacht. Troepen trekken verder. That’s life.

Foto’s: Bob Landry, Western Desert After Axis RetreatLIFE, November 1942.

Things To Come: 1936

De Britse science-fiction film Things To Come blinkt uit in ontwerp. Geen wonder omdat de beroemde set-designer William Cameron Menzies (1896-1957) de regisseur is. Kunstenaars Fernand Léger en László Moholy-Nagy en architect Le Corbusier werken mee. Producent is de Britse tycoon Alexander Korda. Rond die tijd ontwerpt Norman Bel Geddes op de New York World Fair voor het paviljoen van General Motors een kruising in de stad van de toekomst. De toekomst leeft.

De film toont optimisme en is gebaseerd op toekomstvisioenen van schrijver H.G. Wells die naar 2036 verwijzen. Wetenschap wordt positief beoordeeld in antwoord op Metropolis (1927) van Fritz Lang. Wat zien we? Dertig jaar slopende oorlog, honger en ziekte teistert Everytown. In de toekomst wordt de stad herbouwd en kondigt zich een tijdperk van vooruitgang aan. De dreigende oorlog maakt de film niet tot een succes.

Foto 1: Affiche voor Things To Come (1936). Credits: Heritage Auction Galleries

Foto 2: Set voor Things To Come (1936)