Sidney Bechet in Berlin (1930)

Lilian Harvey en Will Fritsch spelen de hoofdrol in Einbrecher van Hanns Schwarz. Het is 1930. Sidney Bechet (1897- 1959) en zijn band spelen in de Palmenbar van het Berlijnse Haus Vaterland. Stan Douglas danst. De song is ‘Ich lass mir meinen Koerper schwarz bepinseln‘ van Friedrich Hollaender. De portrettering van zwarte musici stemt tot nadenken. Het exotisme is niet negatief. Pas drie jaar later grijpen de nazi’s de macht. En klinkt er geen Entartete Musik meer in Duitsland.

Ach wie herrlich ist es in Paris
die Frauen sind so süß
und dennoch ist mir mies!
Jeden Abend Smoking oder Frack
So geht das Tag für Tag
das ist nicht mein Geschmack!!

Ich lass mir meinen Körper
schwarz bepinseln schwarz bepinseln
und fahren nach den Fitji Inseln –
nach den Fitji Inseln!

Foto: 1 The Port of Harlem Jazzmenv.l.n.r: J.C. Higginbotham – Sidney Bechet – Sidney Catlett – Johnny Williams en Frank Newton. Gitarist Teddy Bunn zit vooraan. Credits:Mosaic Records

Foto 2: Entartete Musik

Ein guter Freund, un Bon Copain (1930)

Componist Werner Richard Heymann (1896-1961) is door zijn filmwerk bekend. Als jood moet-ie in 1933 Duitsland verlaten wat hem in Frankrijk en de VS brengt. Vanwege kostenbesparing werden toen soms meerdere versies van een film gemaakt. Decors, draaiboek en crew werden dan doelmatig gebruikt. Van songs ontstaan zo meerdere versies.

Heymann excelleert samen met tekstdichter Robert Gilbert in filmkomedies waarvoor-ie begin jaren ’30 in de UFA-studio in Babelsberg de soundtrack maakte. Zijn meesterschap is te zien in een Duitse en Franse versie. Drei von der Tankstelle van Wilhelm Thiele met Lilian Harvey, Willi Fritsch en Heinz Rühmann. En Le Chemin du Paradis waarbij Max de Vaucorbeil voor de acteursregie bijspringt, weer met Lilian Harvey en Henry Garat. De wals Ein Freund, ein guter Freund wordt een hit. Ook in de Franse bewerking van Jean Boyer Avoir un bon copain.

Ein Freund, ein guter Freund,
das ist das Schönste was es gibt auf der Welt.
Ein Freund bleibt immer Freund,
und wenn die ganze Welt zusammenfällt.
Drum sei auch nicht betrübt,
wenn dein Schatz dich nicht mehr liebt.
Ein Freund, ein guter Freund,
das ist der größte Schatz, den’s gibt.

Avoir un bon copain
Voilà c’qui y a d’meilleur au monde
Oui, car, un bon copain
C’est plus fidèle qu’une blonde
Unis main dans la main
A chaque seconde
On rit de ses chagrins
Quand on possède un bon copain

De uittocht van Heymann is symbolisch voor het einde van de Weimar-republiek en de culturele bloei van Berlijn. In 1955 halen de remakes van Hans Wolff het niet bij beide klassiekers uit 1930. Schluss.

Foto: Affiche van Le Chemin du Paradis uit 1930 met Lilian Harvey en Henry Garat

Zarah Leander: Kann denn Liebe Sunde sein?

Kann die Liebe Sünde sein? 
Darf es niemand wissen, 
wenn man sich küßt, 
wenn man einmal alles vergißt, 
vor Glück? 

Kann das wirklich Sünde sein, 
wenn man immerzu an einen nur denkt, 
wenn man einmal alles ihm schenkt, 
vor Glück? 

In 1938 zingt de Zweedse Zarah Leander in de Duitse UFA-productie Der Blaufuchs van Viktor Toerjansky. Songtekst van de homosexuele tekstdichter Bruno Balz die in een schijnhuwelijk gedwongen werd. Muziek met het Ufa-Tonfilm-Orchester van Lothar Brühne. In de verbeelding schuifelt de danszaal op deze foxtrot.

Eind 1942 keert Leander terug naar Zweden. Is het omdat haar Berlijnse huis is gebombardeerd, Goebbels haar in bed wil, de films propagandistischer worden, oorlogskansen keren of gewoon omdat ze het beu is? Ze dacht a-politiek in een oorlog te kunnen zijn. Maar nazi’s zien haar als verrader en Zweden als collaborateur. Samen met haar contralto blijft haar ironische presentatie. Dat konden Duitsers niet zelf.

Foto: Zarah Leander en Viktor Staal in Zu Neuen Ufern (1937) van Hans Detlef Sierck (Douglas Sirk)