De Marskramer en de Dood: Der Hausierer

De Duitse (toneel)schrijver Peter Weiss (1916-1982) schildert in 1940 ‘Der Hausierer‘. Een marskramer met een lade voor zijn buik draait zich om en kijkt ons aan. In een grimmig industrieel landschap staat beneden aan het eind van een steil pad een klein circus. Achter het lichte tentdoek gaapt de donkerte. Schrijver W.G. Sebald legt in de bundel Campo Santo uit dat Weiss zijn leven lang werd aangetrokken door de dood.

Hans Holbein brengt rond 1538 de marskramer samen met de Dood. Onder het mom Komt Tot Mij die Belast Zijt haalt de Dood hem van de weg. Huishoudelijke artikelen als muizenvallen, lepels, zeven en borstels vormen zijn handel. Alleen zinvol op het platteland zonder winkels. In een stedelijke omgeving is Der Hausierer pas echt verloren.

Foto 1: Peter Weiss, Der Hausierer (olieverf), 1940

Foto 2: Hans Holbein de jongere, De Marskramer uit de Dodendans (houtsnede naar Mattheus XI), 1538

Foto 3: Hein Gorny, Mausefallen im Angebot, 1937. Biildarchiv Preussischer Kulturbesitz

Richard Peter in Dresden (1945)

Richard Peter sr. (1895-1977) fotografeert de vernietigingen van de oorlog in zijn stad Dresden. Het Florence aan de Elbe wordt in de nacht van 13 of 14 februari 1945 vernietigd door een Brits bombardement. Een vuurstorm trekt tienduizenden mensen in de vlammen. Peter zoekt een antwoord op de catastrofe en krijgt navolgers in het fotograferen ervan.

Het bombardement is niet onomstreden. In de romans Het Stenen Bruidsbed (1959) van Harry Mulisch en Slaughterhouse Five (1969) van Kurt Vonnegut staat het bombardement centraal. De Duitse schrijver W.G. Sebald analyseert in Luftkrieg und Literatur de apathie van de Duitsers en het jarenlange taboe om naar de geallieerden te wijzen.

Foto 1: Richard Peter, Luftschutzwart. Totenkopf und Leiche in Uniform in einem Luftschutzkeller Dresden, St. Petersburger Straße. 1946.

Foto 2: Richard Peter, Allegorie der Güte. Dresden, Blick vom Rathausturm nach Süden. Sculptuur van Peter Pöppelmann, 1908/1910. Najaar 1945.