Parlami d’amore Mariu (1932)

Vittorio de Sica (1901-1974) zingt Parlami d’amore Mariù van componist Cesare Andrea Bixio en tekstdichter Ennio Neri. Het liefdeslied voor Mariù klinkt op een pianolo in een taveerne aan het Comomeer in Gli uomini che mascalzoni (1932) van Mario Camerini. Mannen zijn schurken zegt de titel. De komedie in documentaire stijl gefilmd in Milaan en omgeving wordt door soms als de eerste neorealistische film opgevat.

In 1932 is de geluidsfilm nieuw. Het lied is het Leitmotiv in de film en wordt een internationale hit. Engelse (Lilian Pons) en Zweedse (Zarah Leander) versies verschijnen. Het Franse Le chaland qui passe van André de Badet is een bewerking die tekst en Napolitaanse stijl omgooit. Lys Gauty zingt het in 1933. Onderwerp is het binnenschip. Jean Vigo is zo onder de indruk dat-ie zijn meesterwerk L’Atalante omdoopt.

Mariù wordt nog steeds aanbeden. De Milanese jazzpianist Stefano Bollani brengt een ode aan zijn jeugd en aan De Sica, Camerini en Bixio.

Parlami d’amore, Mariù!
Tutta la mia vita sei tu!
Gli occhi tuoi belli brillano
Come due stelle scintillano!
Dimmi che illusione non è,
Dimmi che sei tutta per me!
Qui sul tuo cuor non soffro più:
Parlami d’amore, Mariù. 

Foto: Vittorio de Sica (als Bruno) en Lia Franca (als Mariuccia) in Gli uomini che mascalzoni (1932) 

Zarah Leander: Kann denn Liebe Sunde sein?

Kann die Liebe Sünde sein? 
Darf es niemand wissen, 
wenn man sich küßt, 
wenn man einmal alles vergißt, 
vor Glück? 

Kann das wirklich Sünde sein, 
wenn man immerzu an einen nur denkt, 
wenn man einmal alles ihm schenkt, 
vor Glück? 

In 1938 zingt de Zweedse Zarah Leander in de Duitse UFA-productie Der Blaufuchs van Viktor Toerjansky. Songtekst van de homosexuele tekstdichter Bruno Balz die in een schijnhuwelijk gedwongen werd. Muziek met het Ufa-Tonfilm-Orchester van Lothar Brühne. In de verbeelding schuifelt de danszaal op deze foxtrot.

Eind 1942 keert Leander terug naar Zweden. Is het omdat haar Berlijnse huis is gebombardeerd, Goebbels haar in bed wil, de films propagandistischer worden, oorlogskansen keren of gewoon omdat ze het beu is? Ze dacht a-politiek in een oorlog te kunnen zijn. Maar nazi’s zien haar als verrader en Zweden als collaborateur. Samen met haar contralto blijft haar ironische presentatie. Dat konden Duitsers niet zelf.

Foto: Zarah Leander en Viktor Staal in Zu Neuen Ufern (1937) van Hans Detlef Sierck (Douglas Sirk)

Seul ce soir

Tijdens de bezetting gaven songs hoop. Zoals in Frankrijk het melancholische Seul ce soir dat door Léo Marjane gezongen en Charles Trenet geschreven werd. Waar waren de krijgsgevangen mannen?

Je suis seule ce soir
Avec mes rêves,
Je suis seule ce soir
Sans ton amour.
Le jour tombe, ma joie s’achève,
Tout se brise dans mon cœur lourd.
Je suis seule ce soir
Avec ma peine
J’ai perdu l’espoir
De ton retour,
Et pourtant je t’aime encor’ et pour toujours
Ne me laisse pas seul sans ton amour.

Tussen de Duitse en Amerikaanse amusentsindustrie van die jaren zijn overeenkomsten. Ze versterkten zich met buitenlandse talenten. Van Zarah Leander, Kristina Söderbaum, Rosita Serrano, Lilian Harvey, Johan Heesters of Ilse Werner tot Fritz Lang, Billy Wilder of Marlene Dietrich. De laatsten gingen naar Hollywood. De Duitsers maakten in bezet gebied gebruik van lokale talenten. Zoals Léo Marjane in Parijs. Na de oorlog was haar ster verbleekt. Tijdens de oorlog werd dat anders ervaren.

De Duitsers trokken Belgische dansorkesten aan als Fud Candrix, Jean Omer of Stan Brenders en het Nederlandse Orchester Ernst van ’t Hoff. In de eerste oorlogsjaren was de Duitse economie booming. Waarom deze orkesten zo goed waren is een raadsel. Wisten ze de gouden middenweg te vinden tussen het Amerikaanse voorbeeld en de op de maat spelende Duitse Telefunken-dansmuziek?

Foto: Parijs tijdens de bezetting, André Zucca