Sweet Smell of Success: 1957

Sweet Smell of Success is een meesterwerk van Alexander Meckendrick uit 1957. Journalist J.J. Hunsecker is Burt Lancaster. Martin Milner speelt Steve Dallas, een gitarist in een jazzkwintet die iets krijgt met Hunseckers zus. Deze verhindert dat en neemt daartoe Sidney Falco in de arm. Gespeeld door Tony Curtis. Hunsecker is meedogenloos.

Chico-Hamilton-Quintet1-1

Een onderschrift bij een foto omschrijft het perfect: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere‘. De sfeer van Johnny Staccato of The Connection. Trouwens meer clichésituatie, dan echte vrijheid die het suggereert. Pas rond 1959 bevrijdt de jazz zich naar vrijere vormen. De muziek liep zo enkele jaren vooruit op wat in de jaren ’60 zou komen.

The Chico Hamilton Quintet-2

Foto 1: Success: ‘The Chico Hamilton Quintet appeared in several scenes and helped shape the film’s hip, modernistic late-1950s atmosphere’

Foto 2: Hoes van het album uit 1957 met muziek van ‘Sweet Smell of Success‘ door het Chico Hamilton Quintet.

Marxisme volgens Groucho

Groucho Marx wilde geen lid zijn van een club die mensen zoals hij accepteerde. Flexibiliteit en zelfspot om onszelf in meerdere rollen te zien geeft ruimte. In elke burger schuilt een Groucho. De overheid houdt ons op afstand en we gaan daar in mee. Toch ervaren we dat niet graag. Graag zien we onszelf als vrijheidsstrijders.

Vereenzelviging met een partij of stelselmatige kritiek beperkt en maakt ons plat. In de verteltheorie het verschil tussen een flat en een round characterIn welke mal laten we ons gieten? Die vraag is het begin van ons idee van vrijheid. Burgerplicht vraagt om die houding nooit op te geven. Burgers hebben de plicht om kritisch te zijn.

Nietsdoen is geen optie en goedpraten leidt tot tijdelijke verzoening die eindigt in weeïge stilstand. Zoals Groucho Marx deed met het publiek dat-ie aansprak. De diepte die hij voorstelt is de act van een acteur.

Foto: Groucho Marx in A Night at the Opera (1935)